Home
A tot Z |

Verdieping

Hoe een begeleiding concreet en effectief wordt uitgevoerd is mee afhankelijk van de werkzoekende en zijn/haar mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Een traject op maat is erop gericht om voor elke individuele werkzoekende de barrières die arbeidsinpassing belemmeren, te verhelpen. Het is dan ook niet eenvoudig dit te vertalen in praktische richtlijnen. Wat nu volgt is een poging tot het weergeven van methodische richtlijnen, gebaseerd op de reeds opgedane praktijkervaring.
 
Fase 1: Verkenningsfase
Bij de eerste gesprekken wordt er gepeild naar de concrete leefsituatie en omstandigheden van betrokkene.
Heeft betrokkene gezondheidsproblemen (ziekte, depressie, …)?
In welke gezinssituatie leeft hij/zij?
Is er een verslavingsproblemathiek (drank, drugs, …)?
Indien er zich dergelijke randproblemen voordoen zal de arbeidstrajectbegeleid(st)er mee zoeken naar mogelijke oplossingen. Indien bijkomende hulpverlening (door andere instanties) nodig blijkt moet er doorverwezen worden. De arbeidstrajectbegeleid(st)er blijft echter contact houden om na te gaan of betrokkene wel degelijk aan zijn/haar probleem werkt.
 
Fase 2: In kaart brengen van kwaliteiten en gebreken
Als blijkt dat alle randproblemen verdwenen, of tot normale proporties gebracht zijn, worden de capaciteiten van betrokkene zoveel mogelijk in kaart gebracht. Het is de bedoeling om stap voor stap samen met de cliënt te groeien in de zoektocht naar kwaliteiten en tekorten inzake tewerkstelling d.m.v. regelmatige gesprekken met betrokkene. Enkel door frequente contacten kan het “kunnen” van de cliënt ontdekt worden.
Wat wil betrokkene? Wat kan betrokkene? Is dit realistisch op elkaar afgestemd …
Welke diploma's heeft hij/zij ?
Is het zinvol om een (bijkomende) opleiding te volgen?
Heeft hij/zij voldoende computervaardigheden, rijbewijs, talenkennis, ?
Heeft hij/zij de juiste attitude, motivatie, … ?
 
Fase 3: Tewerkstelling op de reguliere arbeidsmarkt of in art.60§7
Na alles in kaart te hebben gebracht moet er nagegaan worden of betrokkene in aanmerking komt voor een tewerkstelling op de reguliere arbeidsmarkt.
Indien dit het geval is wordt er verder gewerkt aan:
  • Zoeken van geschikte vacatures
  • Voorbereiden van sollicitaties, schrijven van brieven, cv's, …
  • Bemiddelen met mogelijke werkgevers (inlichten over tewerkstellingsmaatregelen, …)
Indien een reguliere tewerkstelling te hoog gegrepen lijkt, moet er overwogen worden om betrokkene sociaal tewerk te stellen in art. 60§7. Dit is een tewerkstelling waarbij het OCMW als werkgever optreedt en de cliënt kan tewerkstellen in eigen diensten of terbeschikking kan stellen van sociale werkplaatsen, vzw's, kringwinkels, …
Indien dit het geval is wordt er verder gewerkt aan:
  • Zoeken naar geschikte tewerkstellingsplaatsen
  • Afspraken maken rond de begeleiding op de werkvloer
Fase 4: Begeleiding tijdens tewerkstelling
Gedurende een sociale tewerkstelling in art. 60§7 blijft betrokkene intensief opgevolgd worden door de arbeidstrajectbegeleid(st)er. Het is immers de bedoeling om betrokkene tegen het einde van zijn/haar sociale tewerkstelling volledig klaar te stomen voor de reguliere arbeidsmarkt.
 
Mensen die aan de slag zijn op de reguliere arbeidsmarkt kunnen door de arbeidstrajectbegeleid(st)er verder opgevolgd worden, maar dit is facultatief (vaak hangt dit ook af van de houding van de werkgever).
 
Fase 5: Einde art.60
Op het einde van een sociale tewerkstelling wordt er door de arbeidstrajectbegeleid(st)er samen met betrokkene gezocht naar een nieuwe tewerkstelling.
Kan betrokkene blijven op de plaats waar hij/zij gewerkt heeft?
Nagaan voor welke tewerkstellingsmaatregelen betrokkene in aanmerking komt,…
Sollicitaties voorbereiden, …
 



© 2015 Kina, Alle Rechten Voorbehouden | the eForum Factory | Sitemap | Privacy verklaring